De revolutie van +5 dB (A)
Ramp of zegen?
Voor de preciezelingen: paragraaf 3.19, tabel 3.17 van het Bouwbesluit
en het staat er echt. Per 1 juli 2002 gaat het definitief in. |
De oude norm van 0 dB was arbitrair. Dat betekent niet "willekeurig", neen, het staat voor een eerlijk afgewogen scheidsrechteroordeel uit de 60er jaren van de vorige eeuw. Het is het punt van geluiddoorgifte resp. isolatie dat men bereikt bij toepassing van vloeren van ongeveer 20 cm. beton, en die waren toentertijd een vooruitgang t.o.v. (steeds zuiniger uitgevoerde) houten draagvloeren. Het idee was van äls je dan met hout wilt bouwen, zorg dan dat het niet meer lawaai doorgeeft dan in zo'n mooie betonflat". Die 0 was een aanduiding, vergelijkbaar met het 0-punt op een thermometer.
Gedoe ontstond er later wel over. Nieuwe betonsoorten, voorgespannen wapening, plaatradiatoren, losliggende dekvloeren vooral zijn voorbeelden van elementen die maakten dat er toch een grotere geluiddoorgifte werd gemeten dan verwacht. Enkele jaren geleden heeft men nog geprobeerd het op te lossen door vloeren voor te schrijven van minimaal 400 kg/m2 maar dat heeft niet echt geholpen.
Samengevat zijn de consequenties van de nieuwe norm voor bouwer en ontwerper de volgende:
-
in meer massa hoeft men het niet te zoeken, voor +5 zou 60 cm. beton nodig zijn, dat is de akoestische massawet;
-
behalve verticale geluidhinder (in flats) dient men nu ook aan de horizontale te denken (rijtjeshuizen, twee-onder-een-kap);
-
zonder foutloos aangebracht zwevende dekvloer kan men nu niet meer aan de geluidnorm voldoen.
Van het gesteggel over "net wel of net niet" zijn we bij de nieuwbouw verlost. Wat een zwevende vloer doet is niet op 2 of 3 dB nauwkeurig te voorspellen maar de meetapparatuur kan het wel achteraf controleren. Men zal een veiligheidsmarge nemen en voor de standaard bouw mikken op +8 - +10, voor de luxe bouw op +15 - +20.
Voor de vloerenleggerbranche is het een revolutie. Het aanbrengen van dekvloeren was altijd een vrijgevochten vak waarin veel vakbekwame lieden voor zich zelf begonnen en "in de meters" gingen werken. Dat gaf een constante druk op de prijzen. In geen enkel segment in de bouw wordt er zo "geknepen": de vloerenlegger knijpt zijn zandboer en accepteert elk goedkoop zandbakvulsel, hij koopt cement van onbekend merk en gebruikt er zo min mogelijk van, hij jaagt zijn meters erin. Gekscherend werd wel gezegd dat de in bestekken voorgeschreven verhouding cement : zand = 1 : 4 betekende dat in een kwart van de vloeren cement was terug te vinden. Die permanente neerwaartse druk op prijs en kwaliteit zal binnenkort zijn afgelopen.
De bouwer, aannemer of investeerder, zal vragen dat er niet alleen een zwevende vloer wordt gemaakt volgens bestek maar ook dat wordt gegarandeerd dat die voldoet aan de geluidnorm. Zo'n garantie kan miljoenen kosten. Het kleinste foutje kan desastreus zijn. Een uit de beton omhoog gekomen kiezelsteen kan de geluidisolatie al met 3 of 4 dB terugbrengen. Voor de snelwerker is de nieuwe norm dus een regelrechte ramp. Als vuistregel kan men stellen dat de kosten van een volledige kwaliteitswaarborg ongeveer € 3,-/m2 zullen zijn, de kosten van herstel bij fout ongeveer € 30,-/m2 . Wat wordt wijsheid?
De uitvoerder op de bouw zal in de kast met de waterpas en het lasapparaat binnenkort ook een hamermachine en een geluidmeter hebben staan. Maar geluid is pas te meten als het gebouw zo goed als opleverklaar is en de vloerenlegger is dan al betaald. Dat betekent vloeren leggen door serieuze solvabele bedrijven, die hun personeel opleiden, kwaliteitstoezicht houden en de ARBO-wet respecteren. Erkenningen en certificaten zijn van geen enkele betekenis want de menselijke fout is de bepalende factor.
