06 Februari 2012 Webdesign Schutte Systems 

Geluidisolatie en vloerverwarming

     

        

       





KL IMAAT = STILTE + WARMTE


 

        

 

                                                                                                          GELUIDHINDER              

1. NEN 1070                                                                                            

Volgens de officiële norm is er een voorgeschreven hoeveelheid geluid die moet verdwijnen als dit geluid zich verplaatst van de ene naar de andere woning. Dus als in de ene woning het geluid niveau A heeft dan mag het in de andere woning niet meer dan B zijn. B is afhankelijk van A, hoe meer A er is, hoe meer B mag worden; wat de norm betreft althans. We hebben het dan over zgn. luchtgeluid .Dat is geluid dat wordt geproduceerd op welke wijze dan ook maar niet op het scheidingsvlak van de twee ruimten waar het om gaat, of iets wat daar verbinding mee heeft. Makkelijker gezegd, voor het raam iemand roepen is luchtgeluid en vervolgens op het raam tikken heet dan kontaktgeluid. Daar geldt een andere eis voor, die verderop wordt uitgewerkt.

Het gaat dus om te beginnen niet om een toegestane hoeveelheid maar om een voorgeschreven afname. Het voorschrift verschilt per frekwentie. Gekeken wordt naar geluid van resp. 125, 250, 500, 1000 en 2000 Hz. (herz). Ter referentie: spraakgeluid zit zo van 250 tot 400 Hz., onweergerommel in de verte zit bij 80 Hz. (dit doet dus niet mee). In elk frekwentiegebied wordt gemeten en wordt een voldoende of een onvoldoende gegeven. Wordt er meer geluid tegengehouden dan is voorgeschreven dan is het een pluswaarde, is het minder dan wordt het een minscore. De meeteenheid is dB (decibel), dus het is bijvoorbeeld -3 dB of +8 dB, etc.

Van de vijf rapportcijfers wordt een gemiddelde vastgesteld. Dat kan op drie rekenkundige manieren en de afspraak is dat de laagste telt. Is de uitslag van dat gemiddelde 0, dan geldt dat als voldoende, dat wil zeggen dat de isolatie precies is wat hij moet zijn, geen windzuchtje meer; en dan nog gemiddeld. Het is slagen voor het examen met de hakken over de sloot, er waren onvoldoendes maar gelukkig stond er iets tegenover en je kunt zeker niet zeggen dat de leerling alles heeft onthouden dat werd onderwezen. Dat is dus een "0-dB vloer", een met de hakken over de sloot gekomen controlemeting, het was maar goed dat de batterijtjes niet vers waren. In de verste verte betekent het niet dat er 0 dB oftewel helemaal geen geluid te horen zou zijn.

Voor kontakt geluid geldt dezelfde benadering maar de meetmethode is even wat anders. Immers, als iemand op het voorraam bonst, dan zal hij buiten misschien nauwelijks iets horen maar binnen schrikt men zich een ongeluk.

kontaktgeluid gedraagt zich anders dan luchtgeluid. Om het te meten heeft men een standaard apparaat gebouwd dat op een vloer timmert en wat er dan onder die vloer te horen is, is het resultaat. Verder geldt hetzelfde systeem van voldoendes en onvoldoendes.

Het blijft een norm, d.w.z. dat een werkgroep/een commissie er zich ooit het hoofd heeft zitten breken over wat redelijkerwijs geëist mag worden. Als uitgangspunt heeft men genomen, dat wat 20 cm. beton doet, goed genoeg is. Dat lag voor de hand; de norm werd opgesteld in de tijd dat een woningbouwflat standaard werd ontworpen met vloeren van 20 cm. beton en om meer te eisen dan zo'n vloer deed, zou tot onhanteerbaar duurdere woningbouw leiden. Cynici willen daarom nog wel eens spreken van de "Bijlmermeernorm".

2. WAT IS EEN DECIBEL                                                                            

Zoals graden dat zijn voor temperatuur is de decibel dat voor geluid: een meeteenheid. Bij graden kun je niet zo maar een waarde toekennen aan een bepaald getal. Zo is 35 graden Celsius zowel een hittegolf als een aangename temperatuur badwater. Bij geluid is er vergelijkenderwijs de invloed van frekwenties. Zoals vloerverwarming niet alleen zorgt voor de juiste temperatuur maar voor een aangenaam binnenklimaat als geheel, zo kan ook geluidisolatie bijdragen tot het juiste verblijfklimaat. En dat betekent zeker niet dat er 0 geluid moet zijn.

De decibel-schaal is oorspronkelijk gemaakt met menselijke waarnemers. Er werd geluid gemaakt, de waarnemers moesten zeggen wanneer ze een bepaald geluid beoordeelden als de dubbele sterkte van een ander, dat verschil werd benoemd tot 10 dB. Het bleek namelijk ook nog eens samen te vallen met de tienvoudige geluidenergie. Om twee keer zo hard te praten, moeten we ons tien keer zo hard inspannen, tien auto's maken twee keer zo veel lawaai als één. Als we even te rade gaan bij onze dagelijkse ervaring komen we alras tot de konklusie dat het wel zo'n beetje klopt. Wiskundig heet zo'n samenhang logaritmisch.

Een bekend voorbeeld is het uitvallen van één van de twee speakers van een geluidinstallatie. Dat halveert geluid-energie maar het verschil op de geluidschaal is 3 dB en alleen te horen als men goed oplet.

Dat het zo werkt komt doordat het gehoor nu eenmaal zo in elkaar zit. Het oog werkt ook zo. Toen camera's nog niet automatisch waren moest men voortdurend de lensopening of de sluitertijd aanpassen. Elke klik was dan een halvering van het licht, zonder belichtingsmeter ging het niet. Terwijl het voor de ogen overal even licht was, moest het diafragma acht keer zo groot of zo klein gemaakt worden.

Het geluid dat we in de dagelijksheid mee maken ligt tussen de 20 en 120 dB. Als er midden in een bos in de diepdonkere nacht "niets" is te horen is het niveau zo 20, vlak naast een startende straaljager is het 120. Bij ongeveer 100 ligt de pijngrens. duidelijk praten doen we met ongeveer 60, komt de muziek in de disco boven 85 dan kunnen we niet meer overschreeuwen en moeten gaan liplezen.

Echt 0 dB. is er in de zgn. "dode kamer" in een geluidlaboratorium, de ongeoefende bezoeker krijgt daar binnen enkele minuten last van angsten.

                                                                     

 

3. GELUIDISOLATIE                                                                                

Als we gaan isoleren werkt het logaritme verband omgekeerd. Voor elke halvering van waargenomen geluidsterkte moeten we 90% van de energie wegvangen. Als we drie keer halveren betekent dat 90 - 99 - 99,9% van de energie wegvangen om aan waarneembaar geluid over te houden: 50 - 23 - 12,5%..... heh, we hadden bijna alles geblokkeerd en we houden nog meer dan 10% van de hinder over!

Het is lastig maar het is niet anders. Geluid weg werken vraagt het nodige inzicht en vakmanschap. Aan aanbevelingen in de sfeer van "dit materiaal houdt 20 dB tegen" hebben we niet zo veel. Dat is het verschil tussen de kreet KAN DIE HERRIE WAT ZACHTER?!!! en het daar op volgende niveau van zo gaat het wel weer. Er is een groot verschil tussen het reduceren van het geluid naar het verdraagbare en het isoleren van geluid tot onder het hinderlijke. Zoals een oude akoesticus eens snierde: "20 dB, ja, dat kan ook met een pak oude kranten."

De metende technicus wordt nog verder gefrustreerd door de subjectiviteit van de klager. Het geblaf en gejank van een opgesloten hond in een belendende flat kan iemand heel goed de hele dag van zijn werk of uit zijn slaap houden, terwijl het duidelijk onder toegelaten norm zit. Het geluid van de buurman die onder de douche staat te zingen zou men misschien juist beter willen horen, het hangt er allemaal van af. De psychologie van het geluid waar men aan went en dan niet meer hoort en het geluid waar men zich aan ergert en dat men steeds luider hoort, laat zich niet makkelijk vangen.

NOS-Noordegraaf heeft eens de verdiepingsvloeren geisoleerd van een eensgezins villa. Het gevolg was dat moeder al maar de trap op ging lopen als de kinderen boven speelden en vader niet rustig de krant kon lezen als moeder zei boven te gaan stofzuigen.

4. WONINGSCHEIDENDE VLOEREN                                                           

Ooit is aan NOS-Noordegraaf offerte gevraagd voor een vloer in een gemeentehuis die de scheiding ging vormen tussen de vergaderkamer van B & W en de repetitieruimte van de plaatselijke fanfare. Dat is niet alledaags.

Wel alledaags is:

  • binnen één en dezelfde woning is de zgn. woningscheidende norm van 0 dB een prettige waarde;
  • tussen woningen in een sociaal homogene situatie behoeft men +12 dB in een geluidrijke omgeving (bijv. verbouwde monumenten in centrum stad) tot +18 dB in een stiltesituatie (bijv. penthouse aan de zeeboulevard);
  • tussen wonen en werken, dus bij woningen boven winkels, studio's in appartementsgebouwen e.d. behoeft men +22 dB.

Let wel: men kan niet zeggen dat het boven die waarden dus altijd goed is. Te veel van het goede is niet goed. Ongeveer deze waarden voorzien, dat is wat de meeste mensen als comfortabel zullen ervaren!

Technisch is het haalbaar, als men het eist, ook in vernieuwbouw. Zo wordt horeca in oude panden al heel lang verplicht tot wat men is gaan noemen "doos-in-doos-constructie", een principe dat ook wordt toegepast bij geluidcellen in studio's voor muziekopname. In nieuwbouw zal de enige extra voorziening t.o.v. traditioneel de zwevende vloer zijn. In bestaande gebouwen dient men goed oog te hebben voor de geluiddoorgifte waar de vloer geen grip op heeft (afbeelding pag. 1). Soms al te gauw doet men zichzelf in dergelijke projekten de das om door oude schuiframen of bijbehorende luiken niet trillingvrij te maken of al te nonchalant ergens een lichtgewicht verlaagd plafonnetje op te hangen.

6. DE ZWEVENDE VLOER                                                                        

De zwevende vloer wil geluidtrillingen neutraliseren en hij doet dat met wat technisch heet een massa-veersysteem. De massa bestaat uit ca. 4 cm. anhydrietvloer, ongeveer 80 kg. per m2 . Deze massa vangt trillingen op en de veer zorgt dat hij ze niet meer af kan geven. De veer bestaat uit 2 cm. akoestisch foam. Dit is een plaat die wordt gemaakt van het schuimrubber dat over blijft in de meubelindustrie. Men herkent er dan ook allerlei vreemdsoortige gekleurde vlokjes in. Maar om de kleur gaat het niet. Het gaat er om dat het materiaal net zo veel veert als de matras waar men op slaapt, en net als bij die matras moet de vering blijvend zijn.

Daarom zijn andere materialen, met name minerale wol, verlaten. Ze veren wel maar hoe vaker ze onder druk gesteld zijn, hoe minder er van over blijft. Nog groter is het nadeel dat tijdens het maken van de vloer enig belopen onvermijdelijk is. Minerale wol verpoeiert bij enig loopverkeer. Bij een zwevende vloer is de zwakste plek bepalend voor de werking van het geheel. Als enkele plekken zijn weggelopen, dan had men ook alles achterwege kunnen laten.

De konsekwentie van akoestisch foam is wel dat een cementvloer niet gemaakt kan worden. De mortel daarvan is een aardvochtige, rulle massa die met de hand wordt verdeeld, verdicht en glad gemaakt. Op die verende onderlaag van het foam wil dat niet, als men kracht zet gaat het weer stuk. Daarom moet de vloer gemaakt worden met een vloeibare mortel, en met anhydriet is dat tegenwoordig geen enkel probleem.

Een tussenlaag van minder dan 2 cm. doet nog wel wat maar is toch niet aan te raden. Het is namelijk niet alleen een verende laag, het is geluidtechnisch ook een dunne spouw. In zo'n dunne tussenruimte kan geluid heen en weer trillen en zichzelf versterken: zgn. negatieve spouwresonantie. Banken passen dit wel toe met dubbele ruiten van kogelvrij glas waar men doorheen kan praten. Bij een geluidvloer is dit niet de bedoeling.

Meer dan 2 cm. vering met meer dan 4 cm. massa heeft natuurlijk wel een versterkend effect en 3 met 5 is dan ook een combinatie die nogal eens voor komt. Bij nog zwaarder dan dat komt men in de technische hoogstandjes van de studiobouw terecht. Voor de woningbouw is het te ver gezocht want de rest van de constructie zal toch minder presteren en dan heeft het verder geen zin.

Na dat de zwevende vloer is aangebracht dient men goed op te letten dat er niet een zgn. star kontakt ontstaat tussen vloer en andere constructie-elementen. Daarom laat men de randisolatie, de zgn. kantstrook, altijd boven de vloer uit steken. Bij het plakken van tegels worden die er tegen aan geschoven. Plinten worden op de muur bevestigd, steunend op de naar beneden gevouwen kantstrook. Een lange schroef of spijker dwars door de vloer naar de onderliggende constructie is natuurlijk altijd volledig uit den boze.

 

                                                                                                                                                                                    

LITERATUUR

Contactgeluiden de baas met zwevende vloeren

door Ir. R. Hartman, Bouwcentrum (uit: Bouwskala september 1996).

Zwevende vloeren: uitvoering, knelpunten en prestaties

door Ir. R. Hartman, Bouwcentrum (uit: Bouwskala december 1996)


KL IMAAT = STILTE + WARMTE


 

 



Nieuws
Zoeken
 
 
 
 Noordegraaf Thermovloeren ©2006