|
GEBRUIKSAANWIJZING BASISVERWARMING
Bij het gebruik van vloerverwarming als basisverwarming (ook wel bijverwarming genoemd) dient de vloerverwarming als basis voor het verwarmen van uw woning. Er zijn radiatoren of convectoren bijgeplaatst voor koude dagen of het snel opwarmen van de ruimten.
De vloer is een grote radiator die bij een lage temperatuur warmte aan de ruimte afgeeft.
Bij het opstarten van de vloerverwarming mag de aanvoertemperatuur niet hoger zijn dan 20 graden C. De aanvoertemperatuur kunt u instellen door middel van het thermostatisch regelventiel dat zich links onder de circulatiepomp bevindt. Per cyclus van drie dagen mag de aanvoertemperatuur met 5 graden C. verhoogd worden. De maximum aanvoertemperatuur is ongeveer 45 graden.
Bij gebruik van vloerverwarming als basisverwarming wordt meestal een vloertemperatuur van 22-23 graden aangehouden.
De instelling van de diverse kranen, ventielen en beveiliging en verhouding stralingswarmte en eventueel andere warmte bronnen is in hoge mate afhankelijk van het individuele comfortgevoel alsmede de warmteweerstand van de vloerbedekking. Bij aflevering resp. na montage zijn alle kranen en retourventielen geheel geopend. Door de kranen en ventielen (gedeeltelijk) dicht te draaien remt u de doorstroming van het water van de groep waarop deze aangesloten is waardoor de warmteafgifte minder wordt. Het verdient aanbeveling om de stand van de kranen nadat u deze heeft ingeregeld te markeren zodat deze "herkenbaar" is.
Bij het verhogen van de stand van de knop van het thermostatisch ventiel gaat de kraan open wordt warm C.V.-water aan het vloerverwarming systeem toegevoegd tot de ingestelde waarde. Omgekeerd, indien de ingestelde waarde verlaagd wordt zal het water dat in het systeem circuleert eerst afkoelen tot de nieuw ingestelde waarde bereikt is voordat de kraan weer open gaat.
| Water temperatuur bij verschillende instelposities van het thermostatisch regelventiel |
| stand 1 = 23oC. |
stand 2 = 34oC. |
stand 3 = 45oC. |
| stand 4 = 56oC. |
stand 5 = 67oC. |
|
De maximaal-beveiliging dient ter voorkoming van oververhitting van de dekvloer. Na volledige circulatie bij ingebruik- krijgt deze een vaste instelling. Bij het bereiken van een hogere temperatuur dan de ingestelde waarde zal de beveiliging de pomp -tijdelijk- buiten werking stellen.
 |