06 Februari 2012 Webdesign Schutte Systems 

Gebruiksaanwijzing Hoofdverwarming

 

GEBRUIKSAANWIJZING VLOERVERWARMING


Bij het gebruik van vloerverwarming als hoofdverwarming dient de vloerverwarming als enige verwarming. Er zijn geen andere warmtebronnen nodig voor het verwarmen van verblijf- of verkeersruimten. De vloer is eigenlijk een heel grote radiator die bij een lage temperatuur voldoende warmte aan de ruimte afgeeft. Doordat vloerverwarming met een relatief lage temperatuur werkt is de opwarmtijd langer dan wanneer met convectie-warmte (bijvoorbeeld radiatoren) gestookt wordt.

De opwarmtijd is in hoge mate afhankelijk van zowel het warmteverlies als de massa van het te verwarmen oppervlak. De opwarmtijd dient daarom proefondervindelijk te worden vastgesteld.

Bij het opstarten van de verwarming mag -om de dekvloer tegen te grote temperatuur schommelingen te beschermen- de aanvoertemperatuur niet hoger zijn dan 20 graden C. De aanvoertemperatuur kunt u instellen door middel van het thermostatisch regelventiel dat zich links onder de circulatiepomp bevindt. Per cyclus van drie dagen mag de aanvoertemperatuur met maximaal 5 graden C. verhoogd worden.

Deze procedure dient altijd gevolgd te worden ook indien de vloerverwarming enkele dagen achtereen uit geweest is!

De maximum aanvoertemperatuur is voor de meeste ruimten ongeveer 45 graden. Voor badkamer en relatief kleine ruimten kan het noodzakelijk zijn om een hogere temperatuur instelling te kiezen om de gewenste ruimte-temperatuur te bereiken. Als vuistregel dient u aan te houden dat de vloertemperatuur in verblijfsruimten (woonkamer, eetkamer en dergelijke) niet hoger mag zijn dan 27 graden. Voor badkamers en soortgelijke ruimten mag een hogere vloertemperatuur gekozen worden.

De instelling van de diverse kranen, ventielen en beveiliging en verhouding stralingswarmte en eventueel andere warmtebronnen is in hoge mate afhankelijk van het individuele comfortgevoel alsmede de warmteweerstand van de vloerbedekking. Bij aflevering resp. na montage zijn alle kranen en retourventielen geheel geopend. Door de kranen en ventielen (gedeeltelijk) dicht te draaien remt u de doorstroming van het water van de groep waarop deze aangesloten is waardoor de warmteafgifte minder wordt. Het verdient aanbeveling om de stand van de kranen nadat u deze heeft ingeregeld te markeren zodat deze "herkenbaar" is.

Bij het verhogen van de stand van de knop van het thermostatisch ventiel gaat de kraan open en wordt warm C.V.-water aan het vloerverwarming systeem toegevoegd tot de ingestelde waarde. Omgekeerd, indien de ingestelde waarde verlaagd wordt zal het water dat in het systeem circuleert eerst afkoelen tot de nieuw ingestelde waarde bereikt is voordat de kraan weer open gaat.

Water temperatuur bij verschillende instelposities van het thermostatisch regelventiel:
stand 1  =  23oC. stand 2  =  34oC. stand 3  =  45oC.
stand 4  =  56oC. stand 5  =  67oC.

De maximaalbeveiliging dient ter voorkoming van oververhitting van de dekvloer. Na volledige circulatie bij ingebruik- krijgt deze een vaste instelling. Bij het bereiken van een hogere temperatuur dan de ingestelde waarde zal de beveiliging de pomp -tijdelijk- buiten werking stellen.

 

 

 



Nieuws
Zoeken
 
 
 
 Noordegraaf Thermovloeren ©2006